Carolina Ojeda Legües: “Woorden die voortleven…”

Of we de schrijver kennen, vraagt ze. Of we de betekenis van het woord uit het Maleisisch kennen dat de auteur in zijn bekendste boek gebruikte en dat zo’n veertig jaar later de onsterfelijkheid in de Nederlandse woordenboeken inging. 

“Ik heb het nog nooit gehoord”, zeggen tegelijk en resoluut mijn puberzonen, met een vraagteken op hun gezicht. Toch voel ik me deze keer niet alleen. Mijn schoonmoeder heeft het verhaal op haar tong en staat te popelen om het te onthullen. Zoals gewoonlijk brengt ze een blaadje van de scheurkalender mee met daarop het woord: mataglap. 

Het klinkt alleszins in het Spaans als een soort dodelijke lap. De schrijver Multatuli, Eduard Douwes Dekker, die zijn pseudoniem ontleende aan het Latijnse ‘ik heb veel geleden’, introduceerde het woord mataglap in zijn meesterwerk Max Havelaar, halverwege de negentiende eeuw. Hij woonde een tijd in ‘Nederlands-Indië’ en was getuige van de koloniale uitbuiting. 

Mijn schoonmoeder vertelt met fonkelende ogen dat mata voor ‘oog’ staat en gelap voor ‘duister’, het betekent letterlijk ‘verduisterd oog’ en verwijst naar iemand die verblind is door razernij en hierdoor zijn verstand verliest. Met de jaren nuanceerde de betekenis tot ‘knettergek’.  

Ik heb moeite om het woord te onthouden. Het doet me denken aan de krantenrubriek die het verhaal achter de woorden onthult en die onlangs over schermzombie ging. Ik kijk naar mijn zonen en ik denk meteen aan een woord dat we bijna dagelijks gebruiken en dat, ten minste in ons gezin, de eeuwigheid zal ingaan. 

“Ken je het woord aligneren?”, vraag ik mijn schoonmoeder. Ali-wat?, hoor ik haar zeggen als ze me fronsend aankijkt, alsof ik krankzinnig zou zijn. Een surrogaat voor een ander woord dat in de vertalingen verdwijnt en geforceerd de stilte ingaat na migratie, terwijl het toch een dagelijkse handeling is. Ik leerde mijn jongens dit Spaanse woord van kleins af aan met een snuifje Nederlands erbij. Het maakt deel uit van de woordenschat van onze thuistaal. 

Aliñar in het Spaans, met een varkensstaartje op de ‘n’, is een portie salade kruiden niet enkel naar smaak maar ook naar textuur. Je steekt de salade in een oliebad met wat citroensap en honing, alles door elkaar gemixt, in een soort vinaigrette die veel meer bevat dan enkel azijn. Het is zo’n spontane handeling waarbij we elke dag verse rauwe groenten bereiden, zelfs in de koudste winterdagen. 

Het ene woord reist via een schrijver de woordenboeken in en bewaar je officieel, het andere trekt rond in je gezinstaal en draag je onbewust mondeling over. Hoeveel ontsnappen er je radar nog, terwijl ze dagelijks binnenshuis weerklinken en zo, onzichtbaar en buiten het bereik van boeken voortleven? Zou zo’n woord ooit in een krantenrubriek belanden?

Carolina Ojeda Legües

Carolina Ojeda Legües is sociologe en projectmedewerker bij ErfgoedLab Antwerpen-MAS. Met pen, fotolens en gevoel vangt en belicht ze de kleine details van het dagelijkse leven.

Vorige
Vorige

Željka Balentovic: “Wie zou ik zijn zonder verhalen?”

Volgende
Volgende

Jeroen Olyslaegers: “ZuiderZinnen is ieders vertelmoment.”